Zoeken
  • Jeanette

Koustralië - deel 2

Vers van de pers. Mijn verslag van onze reis van Lakes Entrance naar Melbourne. En hoe het bleek dat we de ergste kou nog niet gehad hadden...

Van Pambula zijn we de grens over gereden naar Lakes Entrance in Victoria. De weg voerde ons door honderden kilometers verbrand bos. Doodeng om te beseffen hoe groot de brand is geweest. We kwamen langs het plaatsje Mallacoota, wat in januari ingesloten werd door het vuur. Wereldwijd kwamen de horror foto's in het nieuws.


Aan de zuidkust

We kampeerden bij Redbluff Surfing Beach waar ‘s nachts de wombats vrolijk rondhuppelden en Ad de volgende ochtend zijn ballen eraf vroor in de Tasmaanse zee. We warmden niet meer op. Aangezien we de hoek om zijn gereden naar de zuidkust, komt de zon nu niet meer boven zee op. Het duurt dus veel langer voordat je een straaltje mee kan pikken.


Na een zure, onderschatte wandeling langs het Ninety Mile Beach en een onverwachte parel van een warme douche naast de Aldi, vertrokken we in de richting van Melbourne. We gingen halverwege de route kamperen op een leuke campground bij een rivier.


Sensatie!

Google maps stuurde ons via een vreselijke hobbelige route met kraters in de weg. Omdat ons busje die weg slechts in de tweede versnelling kon trotseren deden we er een uur langer over dan gepland. Afschuwelijke rit.


Op het eind was het pikkedonker en reden we bijna een rivier in. Moest Ad achteruit rijden op een glibberige steile heuvel. De banden slipte als een gek en de auto braakte dikke rookwolken uit! Het was een bloedstollend moment. Ad ligt nog steeds aan de zuurstof.

Achteraf bleek het om 5cm water te gaan, maar toch. We hadden er nooit uitgekomen en dan hadden we midden in die plas moeten kamperen. Wat een aantal mensen overigens deden!


De volgende ochtend ontdekten we aan de andere kant van de loopbrug een hele gezellige mooie camping waar al vuurtjes knetterden en mensen hete koffie drinken uit emaille mokken. Om daar met ons busje te komen zouden we een uur moeten omrijden over een kraterweg via het dorpje Walhalla. We besloten daar dan eerst maar eens een kijkje te nemen.


Het bleek een superleuk verlaten mijnstadje. In de heuvels stonden allerlei gebouwtjes en huisjes uit de tijd van de gold rush in de 19e eeuw. De zon straalde heel mooi door de bomen en de laaghangende mistwolken. En overal stonden campertjes met kampvuurtjes. We waren helemaal in de reissferen.


‘s Middags op een nabijgelegen camping geparkeerd. Veel beter bereikbaar en ook bij een rivier. Wat gasten doneerden een paar giga blokken hout aan ons dus we hadden een lekker kampvuur voor de camper. Was ook wel nodig want de temperatuur daalde tot het vriespunt.


Een aangewaaide reiziger kwam zich bij ons vuurtje warmen. Voor ons avond programma hebben we naar zijn drie uur durende monoloog over fastfood, motorbikes, bier en zijn mates geluisterd. Een interessante inkijk in het gedachtengoed van de Australische blokey bloke.


De volgende ochtend stonk alles naar gerookte makreel. Ik heb me gewassen in de rivier. Dom, want daarna werd ik niet meer warm. Gauw in de auto gestapt met het kacheltje aan. Naar Philip Island gereden waar we - hoera - bij surfgolven uitkwamen. Een blije Ad het water in en ik achter het raampje in de zon nog steeds proberen warm te worden. Dat werkte en uiteindelijk heb ik ook nog een golfje kunnen pakken.


Pinguïn deceptie

Na deze onverwacht leuke surfsessie hebben we ons gauw omgekleed. Ik wilde de pinguïns zien die met zonsondergang tevoorschijn komen, 20 km verderop. Daar aangekomen bleek het vakkundig gecommercialiseerd te zijn. Er was een heel park om de onschuldige beestjes heen gebouwd en de tickets voor deze ‘Penguin Parade’ waren uitverkocht. We wilden naar een strandje verderop rijden waar je ook pinguïns kon zien, maar de hele omgeving rondom het park werd afgesloten om mensen te dwingen een kaartje te kopen. Wat dus niet kon. We werden keurig door één van de speciaal daarvoor ingezette wagentjes weg van het schiereiland geëscorteerd. Beduusd reden we weer weg. Een uur gereden voor niks. Nul pinguïns. Wat een toeristische teleurstelling.


En vandaag, vandaag zijn we na een wederom arctische surfsessie aangekomen in Melbourne. We hebben voor drie dagen een appartementje gehuurd. Wi-fi, een warme douche en een kacheltje. Ik voel me een vorstin. Helemaal warm & toasty zoals ze hier zo leuk zeggen.


Het schijnt dat je hier bij de pier zelfs pinguïns kunt zien. Zou het er dan toch nog van komen? Wat een cliffhanger!!!


Bedankt voor het lezen en tot de volgende keer.




0 keer bekeken

Op de hoogte blijven?

Laat je e-mailadres achter en krijg een seintje bij een nieuw verhaal

©2020 | Reisblog van Ad en Sjaan gaan | ALTE & Waardesign